Groninger Landschap

Hogeland

wie niet van grootse luchten houdt
van dunne repen land,
van weidse vergezichten
van leven op de rand
van zoete muren, zilte zee,
van paarse kwelders
geharnast vee
- die heeft hier niets te zoeken

wie niet de wind omarmt
de gure maartse buien
wie hier wil komen lui en
loom om slechts te profiteren
van alles wat de zomer biedt,
om dan weer snel te vluchten
de ijskou in 't verschiet
- die mijde waar hij blind voor is

welkom zijn de gasten
die het geheim begrijpen,
die taal en teken ondergaan;
die met hun voeten willen staan
in natte klei en schapenstront,
die luisteren naar verhalen
van hoe het hier ooit was;

het Hogeland, het platte Wad
zij sloten een verbond:
"voor wie ons volk beschimpen
wordt nooit de lucht geklaard,
de oester blijft gesloten
't mysterie blijft bewaard"

( Gedicht van Alfred van Hall)